Introductie video en Inleiding

Deze handlei­ding is opgesplitst in:

Aanleiding

Trans­fo­re staat bekend om het traject­den­ken, indivi­du­e­le patiënt­tra­jec­ten met het einddoel voor ogen. Dit houdt in dat alle onder­de­len van het traject­plan naadloos op elkaar aanslui­ten, net als bij een honingraat.

We vinden het belang­rijk dat patiën­ten inzicht en regie hebben in het gehele traject. Het samen leggen van de traject­puz­zel helpt daarbij. Dit maakt het traject­plan voor de patiënt overzich­te­lijk en concreet.

Levensgebieden

De puzzel­stuk­jes zijn verdeeld over 9 levens­ge­bie­den die van belang kunnen zijn voor het herstel van de patiënt en de veilig­heid in de samen­le­ving, te weten: geeste­lij­ke gezond­heid, licha­me­lij­ke gezond­heid, veilig­heid, wonen, relaties, dagbe­ste­ding, finan­ci­ën, vrije­tijds­be­ste­ding en zingeving.

Bij elk levens­ge­bied worden algeme­ne sugges­ties gegeven qua onder­wer­pen. Mocht een onder­werp ontbre­ken dan kan deze zelf toege­voegd worden door het invul­len van een blanco puzzel­stuk­je met een whiteboardstift.

Invalshoeken

De traject­puz­zel kan vanuit verschil­len­de invals­hoe­ken worden opgesteld, waaronder:

  • Tijd: het behan­del­tra­ject wordt in een logische tijds­volg­or­de rondom de patiënt gebouwd.
  • Betrok­ken­heid: het behan­del­tra­ject wordt visueel vormge­ge­ven op basis van de mate van betrok­ken­heid bij de patiënt; dicht­bij of verder­af van het centrum.
  • Priori­teit: belang­rij­ke onder­de­len van de behan­de­ling en voor het herstel staan dicht­bij de patiënt.

Uitkomst

Het resul­taat van de Traject­puz­zel is een visue­le weerga­ve van onder­de­len en betrok­ke­nen in een indivi­du­eel behan­del­tra­ject. Als de traject­puz­zel is gelegd kan dit worden vastge­legd met een foto en worden opgesla­gen in het patiëntendossier.

Het visue­le overzicht kan op verschil­len­de manie­ren worden ingezet. Denk hierbij aan de intake, een traject­af­stem­ming met meerde­re betrok­ke­nen bij het behan­del­tra­ject en bij een (tussen­tijd­se) evalu­a­tie. De traject­puz­zel is immers dynamisch en groeit mee met het indivi­du­e­le patiënttraject.

Handleiding — hoe leg je een Trajectpuzzel?

Het samen leggen van de traject­puz­zel maakt het traject­plan voor de patiënt inzich­te­lijk en concreet.

Maak de zorgvraag visueel vanuit diver­se invals­hoe­ken en levens­ge­bie­den door het plaat­sen en verschui­ven van puzzel­stuk­jes wie er wanneer bij het behan­del­tra­ject betrok­ken zijn.

A. Voorbereiding

  • Zorg voor aanwe­zig­heid van wisba­re(!) white­board­stift en/of Postits;
  • Vochti­ge doekjes, om toelich­tin­gen te kunnen wissen;
  • Hou een camera of mobiel bij de hand voor het vastleg­gen van de geleg­de Trajectpuzzel;
  • Maak ruimte op een tafel, zodat een traject­puz­zel vrij kan worden neergelegd;
  • Haal de puzzel­stuk­jes uit het blikje en leg deze op kleur en aparte stapel­tjes klaar;
  • Voor de Traject­puz­zel webap­pli­ca­tie is een compu­ter of tablet nodig.

B. Stappen

  1. Plaats het licht­blau­we puzzel­stuk­je van de patiënt centraal op tafel als startpunt.
  2. Schrijf met white­board­stift naam patiënt op het puzzel­stuk­je (of plak een Postit met naam)

TIP! Plaats bij tijds­over­zich­ten het puzzel­stuk­je met de patiënt links, zodat het overzicht naar rechts toe vrij kan worden uitgewerkt.

  1. Loop met de patiënt de levens­ge­bie­den langs en bespreek wat voor behan­del­tra­ject van belang is. Welke zorg(aanvraag) is van toepas­sing bij de patient? Wie is nodig bij de inhoud van deze zorg? Op welke levens­ge­bie­den gaan we aan de slag?
  2. Pak deze puzzel­stuk­jes uit de stapel­tjes en leg deze in de Traject­puz­zel (of eerst apart kan ook).
  3. De traject­puz­zel is dynamisch, er kan gescho­ven en gewij­zigd worden.
  4. Is er een toelich­ting of nuance­ring hierbij handig? Zoals bijvoor­beeld naam van een betrok­ke­ne? Schrijf het met een white­board­stift op één van de blanco puzzel­stuk­jes of plak een Postit.

TIP! Schrijf de toelich­ting op de achter­kant van een puzzel­stuk­je met dezelf­de kleur. Dit zorgt voor overzicht.

  1. Ontbreekt in het overzicht van de puzzel­stuk­jes een belang­rijk onder­deel of onder­werp? Schrijf het met een white­board­stift op een blanco puzzelstukje.
  2. Plaats samen met de patiënt de puzzel­stuk­jes op een voor de hand liggen­de plek rondom het centra­le patiënt puzzel­stuk­je. Stel met open vragen vast waar de puzzel­stuk­jes moeten staan. Dicht­bij of toch wat verder weg? Is dat anders dan een perio­de geleden?

TIP: Neem hierbij de wense­lij­ke invals­hoek mee (tijd, betrok­ken­heid of prioriteit).

TIP: Via de webapp kun je meerde­re Traject­puz­zels naast elkaar tonen, en daarmee de veran­de­ring (vooruit­gang) laten zien.

  1. Als de Traject­puz­zel gelegd is vallen alle puzzel­stuk­jes op zijn plaats
  2. Maak een foto van de Traject­puz­zel (In webapp is versleu­teld opslaan en als pdf mogelijk).

TIP! Vermeld voor herken­baar­heid bij overzich­ten de datum, patiënt­naam of het dossiernummer.

C. Aandachtspunten

  • Volg de privacyregels.
  • Wis na gebruik toelich­tin­gen op de puzzel­stuk­jes, zodat deze geen infor­ma­tie meer bevatten.
  • Doe de traject­puz­zel­stuk­jes na afloop weer in het blikje, klaar voor de volgen­de gebruiker.

Inhoud bordpuzzel

Inhoud fysie­ke Traject­puz­zel van Transfore

  • 64 gekleur­de puzzel­stuk­jes verdeeld over 9 levensgebieden
  • 5 blanco puzzelstukjes
  • 1 patiënt puzzelstukje
  • 1 geel/blauw afdek­kaartje met logo Trajectpuzzel
  • Handlei­ding
  • Blikje met opdruk